Will(ibrordus) Joseph Leewens

Leert op 15-jarige leeftijd tekenen van zijn zwager Jan Roëde. Hij is in die periode weerbarstig en mateloos energiek en ondernemend. Het maken van kunst bevalt en hij neemt schilderlessen bij Arnold Smith en in de oorlogsjaren bij Willem Hussem en Willem Schrofer. In het begin schildert hij stillevens en zelfportretten. Na een korte flirt met het surrealisme zijn het met name Matisse en Picasso die hem inspireren. In 1945 exposeren Leewens en Roëde samen met Sinemus bij kunsthandel Liernur in Den Haag. In 1947 en 1948 wordt Will uitgenodigd in het Stedelijk Museum in Amsterdam met de progressieve groep Vrij Beelden te exposeren.

Will Leewens gebruikt zijn werk op papier als ´laboratorium´ voor zijn schilderijen. Hierin neemt hij eerst de stedelijke architectuur als thema. Aan het eind van de jaren vijftig ontwikkelt hij zijn eigen beeldtaal: kleurige geometrische vormen die hij rangschikt in een platte ruimte. Af en toe bewandelt Leewens zijpaden: in het midden van de jaren vijftig maakt hij een aantal sculpturen en aan het eind van dat decennium exposeert hij met de Nederlandse Informele Groep van o.a. Schoonhoven en Armando.

Na 1971 is Leewens minder actief op tentoonstellingsgebied. Hij beperkt zich tot exposities in de Haagse Kunstkring en Pulchri Studio en verkoopt zijn werk vooral via de Beeldende Kunstenaars Regeling aan gemeente en rijk. Hij zet zich er ook voor zijn werk via enkele artoteken te verhuren. Dit betekent niet dat zijn werk zich niet evolueert. Om de twee of drie jaar slaat hij een nieuwe weg in waarbij hij zijn eigen idioom trouw blijft. In de periode 1980-1984 is hij zeer productief en maakt een groot aantal bijzondere gouaches en schilderijen.

In 1985 vermindert zijn productie; Will wordt ziek en overlijdt in 1986.

Lexicon Scheen deel I blz. 695

13_leewens-bretagne.jpg
 Impressie van Bretagne - tempera   16 x 28 cm - lijst van de meester 
13_leewens-cathedrale.jpg
 La Cathédrale engloutie - tempera   lijst v.d. meester - 30,5 x 22,5 cm